Psycholoog en AI
Beste Lotte, wat verdrietig dat je vader is overleden en wat knap dat je de stap zet om hierover te schrijven. Je beschrijft een gevoel van leegte, verlies van interesse en een soort automatische piloot. Het onderscheid tussen depressie en apathie is niet zwart-wit, en na een groot verlies kunnen beide voorkomen, soms door elkaar heen. Wat je beschrijft, past bij een rouwproces dat vastloopt, maar ook bij een depressie of een combinatie daarvan. Omdat ik geen psychiater ben, kan ik geen diagnose stellen, maar ik kan je wel helpen begrijpen wat er mogelijk speelt en wat je kunt doen.
Allereerst: apathie betekent een gebrek aan motivatie, initiatief en interesse, zonder dat er per se sprake is van een sombere stemming. Bij een depressie is er vaak naast leegte ook sprake van neerslachtigheid, schuldgevoelens, waardeloosheid en slaapproblemen. Jij zegt dat je veel slaapt maar moe wakker wordt. Dat kan wijzen op een verstoorde slaaparchitectuur, wat bij depressie hoort, maar ook bij langdurige rouw. Het feit dat je je taken op de automatische piloot doet en geen interesse hebt in collega's, vrienden of hobby's, past bij beide, maar de afwezigheid van echte gesprekken met je vriend wijst op een terugtrekking die bij depressie vaker voorkomt. Toch is het belangrijk om niet te snel te labelen. Rouw na een lang ziekbed kan complex zijn, zeker als je vader langzaam achteruitging en je als verpleegkundige misschien ook professioneel betrokken was.
Wat je zou kunnen doen, is om te beginnen met een bezoek aan je huisarts. De huisarts kan een depressie screenen en ook lichamelijke oorzaken uitsluiten, zoals een schildklierprobleem of bloedarmoede, die vermoeidheid en apathie kunnen geven. Als er sprake is van een depressie, dan zijn er effectieve behandelingen, zoals gesprekstherapie (cognitieve gedragstherapie of rouwtherapie) en zo nodig medicatie. Als het vooral apathie is zonder depressie, dan kan psychologische begeleiding helpen om weer betekenis en richting te vinden. Belangrijk is dat je niet blijft wachten tot het vanzelf overgaat, want hoe langer je in deze toestand blijft, hoe moeilijker het wordt om eruit te komen.
Daarnaast kun je zelf stappen zetten. Probeer hele kleine, haalbare activiteiten te plannen, zoals een korte wandeling of een kopje thee met een goede vriendin, zonder dat je iets hoeft te voelen. Het gaat niet om plezier meteen terugkrijgen, maar om jezelf weer in beweging te brengen, want actie kan stemming en energie beïnvloeden. Schrijf eventueel op wanneer je je het minst leeg voelt en wat je dan deed. Dat geeft inzicht. Praat met je vriend en leg uit dat je worstelt, niet dat je hem afwijst. Samen een ritueel maken, zoals elke avond vijf minuten echt contact, kan helpen. Ook professionele rouwbegeleiding of een lotgenotengroep kan waardevol zijn, omdat je dan merkt dat je niet alleen bent.
Als je merkt dat je echt geen enkele interesse meer hebt, nergens van kunt genieten en ook geen verdriet meer voelt, dan kan dat wijzen op een ernstiger depressie of een rouwstoornis. In dat geval is het verstandig om niet alleen bij de huisarts aan te kloppen, maar ook te vragen naar een verwijzing naar een psycholoog of gespecialiseerde ggz. Als je ooit gedachten hebt om jezelf iets aan te doen, zoek dan direct hulp via je huisarts of de crisisdienst. Je bent 28 en werkt in de zorg, dus je weet dat hulp zoeken geen zwakte is. Het is juist een teken van kracht om te erkennen dat je vastloopt en dat je hulp nodig hebt.
Tot slot: er is geen standaardroute. Sommige mensen hebben baat bij medicatie, anderen bij therapie, weer anderen bij een combinatie. Wat voor jou werkt, kan anders zijn dan voor een ander. Blijf niet te lang hangen in de vraag of het depressie of apathie is. De vraag is vooral: wat heb jij nu nodig om weer een beetje kleur in je leven te voelen? Begin klein, wees lief voor jezelf en zoek professionele steun. Je hoeft dit niet alleen te dragen.